Is er voor iedereen

Kinderen

Kinderen

Het Verdrag inzake de rechten van het kind omschrijft kinderen als iedereen met een leeftijd onder de 18 jaar. Deze rechten van het kind zijn niet altijd vanzelfsprekend geweest. In de middeleeuwen werden kinderen niet anders gezien dan kleine volwassenen. Tijdens de industriële revolutie werden ze als volwaardige arbeidskrachten ingezet, wat jammer genoeg in sommige landen nog steeds gebeurt.
De moderne opvatting over de ontwikkelingsstadia van het kind is ontstaan in de loop van de vorige eeuw.

Ook in onze archieven komen kinderen uit de vorige eeuwen ruim aan bod. Sinds de tweede helft van de 18e eeuw werd het registreren van kinderen in nood verplicht. Dit getuigen de 76 registers uit het Archief OCMW Gent. Hierin werden afzonderlijk de gevonden, verlaten, verweesde en bestede kinderen opgenomen tussen 1735 tot 1984. In totaal werden meer dan 20.000 kinderen geregistreerd.

De vondelingen hadden hierin het grootste aandeel. Als er vandaag een kindje gevonden wordt, is dit groot nieuws, maar in de vorige eeuwen werden duizenden kinderen te vondeling gelegd. Geboorteplanning bestond nog niet en voor de moeder was dit vaak de enige optie naast illegale abortus of kindermoord.

Over de weeskinderen hebben we de recentste gegevens. Van de 5.166 weeskinderen die ingeschreven werden in de Gentse weeshuizen van het OCMW hebben we van 2.352 kinderen een persoonlijk dossier. De oudste dossiers dateren van eind 19e eeuw en de recentste zijn van het sluitingsjaar van het laatste weeshuis in 1984.

1. Gevonden kinderen
Er werden vooral pasgeboren of heel jonge kinderen te vondeling gelegd. Meestal op druk bezochte plaatsen zodat de kans dat het kind gevonden werd groter was. Vanaf 1820 werd in Gent aan Sint-Jan-in-d’Olie de vondelingenschuif geïnstalleerd. De meeste vondelingen werden uitbesteed bij gezinnen op het platteland.
Aantal registraties: 7.843
Aantal unieke vondelingen: 7.212
Aantal registers: 33
Periode: 1791-1922

2. Verweesde kinderen
Kinderen van wie de ouders (één of beiden) overleden waren werden door de Commissie van Burgerlijke Godshuizen (voorganger van het OCMW) in een weeshuis ondergebracht. Deze kinderen moesten minimaal 3 jaar oud zijn, jongere kinderen gingen naar een kinderkribbe.
Aantal registraties: 5.166
Aantal unieke weeskinderen: 4.982
Aantal registers: 3
Periode: 1783-1984

3. Verlaten kinderen
Van de verlaten kinderen waren de ouders gekend en het waren ook meestal oudere kinderen die aan de Commissie werden toevertrouwd. Van deze kinderen was de naam gekend in tegenstelling tot de vondelingen. Ook zij werden vooral uitbesteed op het platteland.
Aantal registraties: 4.026
Aantal unieke verlaten kinderen: 3.898
Aantal registers: 21
Periode: 1780-1940

4. Bestede kinderen
De vondelingen en verlaten kinderen werden uitbesteed bij gezinnen op het platteland. Ze werden ondergebracht bij een voedster die hiervoor een vergoeding en kledij voor het kind ontving. Dit tot de leeftijd van 12-14 jaar, omdat er dan verwacht werd dat de kinderen in hun eigen onderhoud konden voorzien.
Aantal registraties: 6.567
Aantal unieke bestede kinderen: 5.321
Aantal registers: 19
Periode: 1735-1920

In 2016 organiseerde het Archief OCMW Gent de tentoonstelling 'Elk kind telt' waarbij de geschiedenis van de gevonden, verlaten, verweesde en bestede kinderen centraal stond. Hiervoor werd zowel het historisch als het hedendaags archief geraadpleegd. In de onderstaande tekst kan men meer uitleg vinden over deze verschillende geregistreerde kinderen.

 

Voor vragen
info.archief@ocmw.gent

Verantwoordelijke
Nele Lefever
09 266 94 04
nele.lefever@ocmw.gent


Level A conformiteit, W3C WAI Web Content Accessibility Guidelines 2.0